Pleidooi voor Plezier!

Plezier: “dat is voor kinderen”, “geen idee wanneer ik voor het laatst plezier had”, “dat mag alleen als alles gedaan is wat er moet gebeuren”. Mogen we nog wel plezier hebben? Of is plezier een ‘vies’ woord: iets voor luie mensen? Daar lijkt het bijna op gezien de epidemie aan ‘burn-out’ en depressie. Momenteel kampt 1 op de 7 werknemers met burn-outklachten. Van de volwassenen krijgt 1 op de 5 in zijn of haar leven zelf te maken met depressie. Niet echt plezierig. Kan dat anders?

Van psychische uitputting naar psychische voeding

De definities van burn-out en depressie geven richting aan het antwoord op deze vraag. Burn-out is een ‘psychische uitputtingstoestand’: doordat we emotioneel uitput zijn, zijn we moe, zowel
mentaal als fysiek. Ook depressie vertoont kenmerken van emotionele uitputting: we zijn dan gedurende een langere periode somber, lusteloos en ongeïnteresseerd.

Het omgekeerde van uitputting is voeding. Kijk maar naar onze aarde: als die rijk is aan voedingsstoffen groeit en bloeit er van alles. Op een uitgeputte bodem groeit niets. Ook wij mensen hebben voeding nodig, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Zo bezien is het dus zaak om dingen te doen die ons geestelijk ‘voeden’. Dingen die we leuk of zinvol vinden.

De kloof dichten tussen wat we doen en wie we zijn

Otto Scharmer geeft in zijn omvangrijke boek ‘Theory U’ een ogenschijnlijk simpele en doeltreffende handreiking om emotionele uitputting tegen te gaan. Hij schrijft: ‘Depressie en burn-out zijn signalen van de groeiende kloof tussen wat we doen en wie we ten diepste zijn’. Dit is de kloof die we hebben te dichten als we de epidemie van burn-out en depressie willen stoppen.

Twee praktijkvoorbeelden om deze theoretische kloof mee te illustreren. Ga eens na: na een dag met voor je gevoel nutteloze vergaderingen kun je uitgeblust thuiskomen. Dat wat je hebt gedaan, is iets anders dat wat je graag had willen doen. Een kloof dus. Nu een ander soort dag: je hebt tijdens een goed gefaciliteerde bijeenkomst met je collega’s van gedachten gewisseld en nieuwe plannen en ideeën zijn aan het licht gekomen. Grote kans dat je voldaan en energiek naar huis gaat. Misschien vind je het zelfs wel jammer dat de dag alweer voorbij is. Geen kloof te zien.

Doen wat je leuk vindt: simpel of moeilijk?

Het klinkt simpel: doen wat je leuk of zinvol vindt. Maar simpel is het allerminst. Het begint er al mee dat we soms niet meer weten wat we leuk of zinvol vinden. We weten alleen nog hoe het hoort, wat er van ons verwacht wordt en hoe we ons kunnen gedragen om commentaar te voorkomen. Eigenlijk kunnen we ons al niet meer voorstellen dat iets leuk of zinvol zou kunnen zijn.

Ken je iemand die je bewondert omdat hij zijn hart heeft gevolgd in het leven en doet wat hij echt wil? Die paradijsvogel die woont op een gekke plek, of wellicht minder ver van huis die vriendin die met hart en ziel over haar werk kan vertellen ook al keurden haar ouders de keuzes die ze maakte af? Deze mensen zijn moedig. Zij hebben hun angst in de ogen gekeken en ervoor gekozen om zich niet door deze angst te laten leiden. Ze staan zichzelf toe om dagelijks te spelen. Om plezier te maken in een volwassen verpakking. Gewoon door te doen wat ze graag doen.

De eerste stap

De eerste stap is je besef dat je gestopt bent met spelen, met plezier maken. Alleen al voor deze erkenning is moed nodig. Stap twee is zoeken naar een manier die jou past om dat plezier weer terug te vinden. Praten daarover helpt. Met goede vrienden of collega’s of met een professional. Laat in die gesprekken vooral ook je hart spreken. Voel na: waar word ik blij van in de gegeven omstandigheden? En gebruik je hoofd om dat geregeld te krijgen. Mag dat zomaar? Ja!

Comments are closed.